Posts tonen met het label Vandaag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vandaag. Alle posts tonen

dinsdag 29 maart 2011

De jeugd van tegenwoordig

Ik heb al uren plezier vandaag. De schilder van de achterburen staat namelijk al de hele middag luidkeels mee te zingen met zijn bespetterde draagbare radiootje en potdomme, wat heeft die man een lekkere stem. Okee, hij heeft 100% NL op staan, of een vergelijkbare zender met Nederlandstalige kutmuziek, maar toch, ook zijn vertolkingen van Frans Bauer, Gordon en Koen Wauters zijn een lust voor het oor. Ik word er vrolijk van, zijn gezang past bij de mooie lentedag die het vandaag is. Bovendien vind ik het mooi om te zien hoe lekker hij zijn werk vindt. Want anders zou je toch niet zo hard zingen? Geruststellende gedachte.

Maar toen kwamen de buurjongetjes uit school. Vermoedelijk ook geïnspireerd door de zon stortten zij zich vol overgave op het bouwen van een hut in de tuin. Leuk. Aandoenlijk ook. Deed me denken aan vroeger, ofschoon ik nooit een hut in de tuin heb gebouwd. De buurjongetjes hoorden de schilder ook kwelen. Maar in tegenstelling tot mij, moesten zij er niks van hebben. 'Hee man, hou es op joh!', hoorde ik ze ineens brullen. En toen ze niet meteen antwoord kregen gilden ze: 'Wat heb ik nou gezegd, ophouden!' Ze hebben blijkbaar geen leuke ouders, of daar in ieder geval iets te goed naar geluisterd. Want echt, een paar seconden later hoorde ik het aloude en oerbekende: 'Ik tel tot drie... en dan hou je op! Eén, twee, drie!'

Nou vraag ik je!? Waar bemoeien die snotjongens zich mee? Laat die man lekker zingen! Gedraag je als een kind en niet als een te wijze volwassene in een te klein lijfje! Ken je plaats! En brul al helemaal niet: 'En ik wil ook niet dat je fluit, potverdomme', toen de schilder uiteindelijk zijn gezang staakte en overging in een prachtig gefluit. En denk maar niet dat er een moeder naar buiten kwam om die kutkinderen terecht te wijzen. Natuurlijk niet. De prinsjes die de jeugd van tegenwoordig zijn. En ik word oud. Denk ik.

woensdag 2 februari 2011

Lieve Kerstboom,

Er moet mij even iets van het hart. Ik zeg het maar ronduit: ik vind je een lelijke verrader. Een lelijke, dure verrader, om precies te zijn. Het begon al met je aanschaf, ergens halverwege december. Dat die zeer aangenaam was, lag niet aan jou, maar aan het sublieme kersterige sneeuwweer en aan mijn gezelschap, dat er, met gevaar voor eigen leven, voor heeft gezorgd dat je heelhuids van het Janskerkhof boven in mijn huis aankwam. Zelf moest je het nogal verpesten, door 45 euro te kosten. 45 euro! Dat is, voor hen die nog terugrekenen, meer dan 100 gulden! Zeg nou zelf, lieve kerstboom, zou jij meer dan 100 gulden uitgeven aan een feestelijk stukje groen in de huiskamer? Nee, dat dacht ik dus ook niet. Maar ik deed het toch wel, want ik snakte als nooit tevoren naar een intieme kerstsfeer in huis, net als vroeger. Daar hoort een grote boom bij, dus zuchtend trok ik mijn portemonnee.

En als het daar dan bij was gebleven? Je leek het in eerste instantie nogal naar je zin te hebben en stond er patent bij:














Stralend zelfs, al zeg ik het zelf. Maar daar kwam vrij snel verandering in. Al op de avond van de aanschaf, liet jij zonder enige gêne honderden naalden vallen. En dat bleef je doen. 'Frrrrrrrt'! hoorde ik dan, als ik de kamer in kwam, even iets uit de boekenkast moest halen, of er op een andere manier ook maar een heel klein beetje luchtverplaatsing was in Huize Huirne. Op dag drie had ik al zeker vier blikken naalden bij elkaar gestofferd. En een sorry van jou kant, ho maar.

Op dag twee besloot je dat honderd brandende kerstlampjes in je onderste takken wel genoeg was, en schakelde je de bovenste helft rücksichtlos uit. Dat ik die net nieuw bij de Blokker had gekocht, deerde je blijkbaar niet. Ik was dan ook volstrekt niet verbaasd dat de nieuwe stekkerdoos geen uitkomst bood.

En ondertussen bleven die naalden maar vallen. Niet alleen als ik bewoog, maar zelfs als ik doodstil op de bank zat, terwijl ik angstvallig mijn adem inhield, hoorde ik het ritmische getik van grotdroge dennennaalden op het laminaat. Ternauwernood wist ik gevoelens van drift in te houden, anders had ik je al vóór de kerst het raam uit geflikkerd. Maar verdrietig was ik wel, intens verdrietig, omdat jij, lieve kerstboom, kennelijk vastbesloten was mij mijn serene 'vrede op aard'-gevoel te ontnemen, zodat het plaats kon maken voor moordneigingen. Pijn deed het.

Na een week ben ik opgehouden met naalden opvegen, omdat elke per ongelukke tik tegen jou, kerstboom, ervoor zorgde dat je meer naalden uitkotste dan ik had kunnen opruimen. Klaar was ik ermee. Met vegen en met jou. Nog nooit heb ik zo reikhalzend uitgekeken naar 27 december dan dit jaar. Weg moest je, en wel heel snel. En ik wist zeker: volgend jaar neem ik een plastic boom.














Het was een heerlijk gevoel om je na de kerst daadwerkelijk uit het raam te gooien. Ha! Van drie hoog naar beneden, zodat je je lekker pijn zou doen! Dat het ook de enige mogelijkheid was om je naar buiten te krijgen zonder het hele huis en het ganse trappenhuis te bevuilen met die afgrijselijke naalden van je, laat ik gemakshalve even achterwege. Maar zelfs toen je geknakt in een plas in de achtertuin lag, leek je me nog grijnzend aan te kijken. Je was niet dood, al leek het daar toch echt heel erg op, die week bij mij in de huiskamer.

Nee. Je was niet dood. En je was ook niet dood te krijgen, bleek vandaag. Vond je het nou echt nodig om tijdens die maand in de buitenlucht prachtig lichtgroen van kleur te worden? Had je er echt plezier in om knopjes te ontwikkelen en zelfs een paar schattige nieuwe takjes? Moest je nou echt per se verder groeien en bloeien, eenzaam in mijn achtertuin, zonder ook maar een fatsoenlijke kluit om je kont mee te krabben? Moest je mij zo verschrikkelijk erg je vrijheidsdrang tonen? 'Nee sorry, ik hou er niet van om opgesloten te zijn op 25 m2 in kamertemperatuur. Dan voel ik me zó naar! Oh, doe mij maar de lekkere frisse buitenlucht, met zijn fijne januarikou, dan gedij ik veel beter!'

Newsflash schat. Je bent een kerstboom. Je bent gezaaid, gekweekt en uitgegraven om op kamertemperatuur een beetje mooi te staan wezen, zo tussen 15 december en 5 januari. Zelf nadenken wordt niet op prijs gesteld, snobistisch gedrag al helemaal niet. Met je 'frrrrrrt!'.

Dus daarom lig je nu in mootjes gehakt in de groencontainer. Wat nou vrijheidsdrang. Vuile verrader.

Liefs van Neeltje

donderdag 6 januari 2011

Fred

De stoep is zijn catwalk, de voorbijgangers zijn publiek. Mijn kapper Fred beheerst een loopje waar BNTM's-catwalkcoach Maryanna nog een puntje aan kan zuigen. En Fred weet dat de mensen naar hem kijken. Daar geniet hij van. Toen hij nog Jennifer Aniston-haar tot halverwege zijn rug had, keken de mensen het meest. Dit haar, deels van hemzelf en deels uit een pakje, viel Fred alleen erg zwaar. Het zat nooit zoals 'ie wilde, het pluiste en hij was de hele dag bezig met föhnen en stylen. Om met zijn eigen woorden te spreken: de emotionele druk van zijn haar werd te groot. En als Fred dat zegt, dan is het zo. Uit ieders mond klinkt dit te belachelijk voor woorden, van Fred neem je het onmiddellijk aan.

Nu is Freds haar weer kort en kijken de mensen alleen nog vanwege de foundation op zijn stoppelkin. Maar Fred kan dat hebben, net als zijn torenhoge hakken. Waarmee hij heupwiegend door de straten gaat. Fred ten voeten uit. I so love him.

donderdag 7 oktober 2010

Antonie

Ik ken Antonie Kamerling niet. Ja, van de televisie. En van Funda, want daar stond heel lang zijn huis te koop en dat had ik best willen hebben. Toch schokte zijn dood me.

Juist vanwege dat mooie huis. Zijn fijne acteer- en muziekcarrière. Zijn vrouw en hun twee kinderen. Ik dacht eigenlijk dat Antonie Kamerling een heel fijn en gelukkig leven had. Met af en toe een dipje, okee, maar dat heeft iedereen toch weleens?

Blijkbaar waren Antonies dipjes heel diep en zwaar. En dát stemt me zo treurig: dat het leven je zo bij de kladden kan hebben, dat je het los wilt laten. Dat het zo niet meer wil, dat je daarvoor zelfs je vrouw en je kinderen wilt laten gaan.

En dan maakt het niet uit of je Antonie Kamerling bent of Jan Jansen uit Almere.

Ik word er verdrietig van, en ook een beetje bang. Omdat vandaag maar weer eens is gebleken dat het leven voor sommige mensen een opgave is. Dat het allemaal helemaal niet zo vanzelfsprekend is. We doen wel allemaal ons best voor een leuk huis, een leuke partner, genoeg geld en leuke dingen, maar dat maakt allemaal geen reet uit. Als het in je ziel niet werkt, heb je daar allemaal niks aan. Beangstigend.

woensdag 15 september 2010

Pindakaasgenootschap

Een heugelijke dag vandaag: ik ben toegelaten tot het Pindakaasgenootschap, dat ijvert voor positieve beeldvorming over pindakaas en zijn talrijke toepassingen. Daar moest ik wel iets voor doen:

Ik eet geen pindakaas

Ik eet nooit pindakaas. Van pindakaas word je namelijk dik. Dat heb ik al vroeg in mijn oren geknoopt. Vroeger moet er bij ons thuis wel pindakaas op het ‘zoetdienblaadje’ hebben gestaan, maar daarvan herinner ik me eigenlijk alleen maar de gestampte muisjes, de vruchtenhagel en de Chocavlokken. Die uit het bruingestreepte pak. Lekkerder vlokken bestaan niet.

‘Eerst vlees of kaas, dan zoet’, was het devies aan onze lunchtafel. Hoewel wij toen nog niet lunchten, maar gewoon tussen de middag een boterham aten. Met gebakken aardappeltjes van de dag ervoor, of een omelet met verse bieslook, gebakken door papa. Betere omeletten bestaan niet.

Ik deed het keurig. Kaas, palingworst, zure zult, ik at het allemaal, zonder morren. En dat dan daarna een zoetig strooisel als beloning kwam, maakte het lunchen alleen maar nog lekkerder. Maar pindakaas? Ik at het niet. Joost mag weten waarom.

En nog steeds eet ik geen pindakaas. Want van pindakaas word je dik. Dat heb ik zo goed onthouden dat het potje pindakaas light, dat op dit moment in mijn keukenkastje staat, al weken onaangeroerd is. Zonde. Hoewel, er bestaat betere pindakaas. *


*zoals die Engelse. Die echt naar pinda’s smaakt, in plaats van naar suiker. Of die smeuïge van Calvé, met stukjes noot. Hmmm… misschien moest ik toch even een lekker boterhammetje gaan smeren.

Binnenkort ook te lezen op de officiële site van Het Pindakaasgenootschap. Dat u ht weet.

woensdag 8 september 2010

Trouwen

Hij ging zingen voor zijn bruid, onze stoere bruidegom. Verplicht hoor, zijn schoonvader zette hem achter de microfoon. Hij keek er de eerste paar minuten zichtbaar ongelukkig bij. Toen zag hij dat we allemaal moesten huilen en brak zijn glimlach door. Zo is 'ie dan ook wel weer.


zaterdag 28 augustus 2010

Tientje

Echt heel erg mooi waren ze niet. Gouden lage laarsjes met enorme nepedelstenen aan de zijkant. De oorspronkelijke 70 euro had ik er nevernooitniet voor gegeven. Maar nu kostten ze nog maar een tientje. En in dat soort gevallen wordt het kooplustige beest in mij wakker. Tien euro! Da's toch niks? Dan heb ik wel een paar vet gave gouden laarsjes met best wel coole edelstenen aan de zijkant. Superleuk bij een spijkerbroek! En bij dat ene rokje staan ze vast ook geweldig! En zijn lage laarsjes niet enorm in de mode? Bovendien: tien euro, dat staat toch gelijk aan niks.

Daar stond ik, te dralen en te draaien in de schoenenwinkel. Want de laarsjes waren leuk, voor erbij, maar vaker dan twee keer per maand zou ik ze echt niet aan doen. Als ik dat al zou halen. En de mensen in Pakistan zouden enorm blij zijn met die tien euro. Of mijn broer en ik, als ik er koffie en taart voor zou kopen. Voor tien euro heb je ook een hoop tubes tandpasta, een niet onverdienstelijke gezichtscrème of een nieuwe mascara. Bij het Kruidvat heb je er zelfs twee mascara's voor, bij de 2 voor 1 -actie van Rimmel. Ik stond te denken en te dubben.

En ik deed het niet.

Terug naar de fiets.

Ik deed het toch.

Terug naar de winkel. Nog even kijken. Broer zou ze niet aandoen, zo meldde hij, maar ach, wat was nu een tientje?

Ik deed het toch niet.

Terug naar de fiets.

Okeeokeeokeeokee, ik deed het wel! Wat is inderdaad nou een tientje, potverdorie? Ik ga meer uren werken, dus dan heb ik die schoenen verdiend ook!

En terug naar de winkel.

En daar lag het, voor de deur. Keurig opgevouwen in rood en wit. Zomaar op straat. Tien euro. Het lot had voor mij beslist. Die schoenen behoorden mij toe, dat is een ding dat zeker is. En zoals broer al voorspellend zei: op deze schoenen ga ik nog grootse dingen verrichten. Let maar op.

woensdag 25 augustus 2010

Dag Conny!

Conny Stuart is dood. Dat is een zangeres van heel erg lang geleden. Zij zingt mijn lievelingsliedje, waarbij ik net zo'n warm gevoel krijg als bij mijn verzameling Witte Raven-pockets. God, soms wou ik echt dat er tijdmachines bestonden, dan kon ik ook een keurig Haags meisje in de jaren vijftig zijn. En zou ik op de laatste bladzijde eigenlijk mijn verstandige doch frisse student krijgen. Of mijn dokter. Of de vader van de kinderen voor wie ik zou zorgen.

Als ik weg ben, voorgoed uit dit land
Als ik woon bij Menton of bij Nice
In een bungalow dicht bij het strand
Waar het weer niet zo guur is en vies
Lig ik fijn in de zon op mijn rug
Om hij heen bloeit de rozemarijn
Ik wil nooit meer naar Holland terug
En ik denk vals: hoe zou het daar zijn
Nog zo nat, nog zo kil?


Wat voor weer zou het zijn in Den Haag
Zijn de bomen nog kaal op het Voorhout
Wat voor weer is het daar nou vandaag
Is het miezerig, mistig en koud
Zijn de wolken weer laag
Valt de regen gestaag
Is lijn negen er nog zo benauwd
Het is een vrij overbodige vraag
Wat voor weer zou het zijn in Den Haag


Wat voor weer zou het zijn in Den Haag
Noorderwind met wat nevel uit zee
Op de Denneweg ruikt het nu vaag
Naar Couperus en ook naar saté
Zou het pension er nog zijn
Op het Valkebosplein
Met die mensen uit negentien twee
Is het leven nog altijd zo traag
Wat voor weer zou het zijn in Den Haag


Wat voor weer zou het zijn in Den Haag
Wisselvallig met telkens een bui
Wat voor weer is het daar nou vandaag
Is het weer voor een vest of een trui
Is er regen vandaag
Waait de wind met een vlaag
Alle voetgangers weg van het Spui
En duikt iedereen diep in zijn kraag


Hmmm hmmm hmmmmm
Wat voor weer zou het zijn in Den Haag


Wat voor weer zou het zijn in Den Haag
Zijn de bomen al groen op het Plein
O wat zou ik verschrikkelijk graag
Een moment op het Buitenhof zijn
Langs de Poten te gaan
Voor de schouwburg te staan
Het is niet nodig maar het lijkt me zo fijn
Een kwartiertje is al wat ik vraag
Ik verlang naar mijn eigen Den Haag
Ik verlang zo naar Den Haag
Den Haag, Den Haag


zondag 11 juli 2010

Jagen op die bal

Jagen, jagen, jagen op die bal
Koppen, draaien, geef die bal een knal
Hier en daar een pass
een potje bier, een blokje kaas
Nederland moet jagen, jagen
jagen op de bal! 





Het carillion van de Domtoren speelt het al dagen en het geeft me elke keer een vrolijk gevoel. Maar vanochtend kreeg ik er de kriebels van. Jongens, vandaag maak ik de allereerste WK-finale van mijn leven mee! Ik dacht eigenlijk dat het me niet zo heel verschrikkelijk veel zou kunnen schelen, maar de knoop in mijn maag spreekt andere woorden.

Mijn allereerste bewuste kampioenschap was het EK 1988, waarin Oranje zo fantastisch won van Rusland in de finale. Ik had een oranje Ruud Gullitpetje, met dreads eraan vast en ik herinner me met name het gepraat over de halve finale tegen West-Duitsland. Wedstrijdmomenten? Geen idee. Maar toch, het EK '88, toen ik 7 was: ik was erbij.

Groot was dus ook de schok toen de Pers aan de heren voetballers vroeg wat hún eerste, bewuste EK of WK was. Dames en heren, houd u vast: het huidige Nederlandse Elftal zat pas in 1994, 1996 en zelfs in 1998 met een oranje vlaggetje voor de buis! Behalve Giovanni van Bronckhorst dan, maar die is ook al echt oud.

Er vanuit gaande dat ze toen een jaar of vier waren (voetballertjes zijn er vroeg bij, denk ik), dan zijn onze voetballers gemiddeld tussen de 20 en 25, of, okee, 30 jaar oud. Geboren rond, jaja, dat befaamde EK van 1988! Hallo!? Toen kon ik al fietsen, zwemmen en veters strikken!

Dat is natuurlijk een heel normale leeftijdscategorie voor de mannen van het Nederlands Elftal. Het probleem is gewoon dat ik ouder ben geworden. Kon ik eerder nog opkijken naar Marco van Basten en Dennis Bergkamp: échte mannen in een oranje shirt, nu wil ik Ibrahim Affelay (24) en Eljero Elia (23) over hun lieve kroeskopjes aaien. En dat sticht verwarring. Want in mijn ogen zijn mannen van een dergelijke statuur, automatisch ouder dan ik.

Zo denk ik ook altijd dat alle goede actrices boven de 28 zijn, terwijl een, ik noem maar wat, Kirsten Dunst, net 28 is. Anna Drijver is 27. En Keira Knightly, beste mensen, is pas 25.

Het zal me wel vaker gebeuren, de komende jaren, vrees ik. Ik word tenslotte over drie weken 29, wat een equivalent is voor bijna 30, maar de voetballertjes uit bouwjaar 1995 staan al te trappelen om het veld te betreden. Nog een jaar of twee en het geeft echt helemaal geen pas meer om te zwijmelen bij de ogen van dat leuke nieuwe spitsje. Daar ben ik dan echt te oud voor.

Maar voor een WK-finale ben je nooit te oud! Ik heb er zin in, ik heb er de kriebels van en we gaan winnen, potverdomme!

woensdag 23 juni 2010

Papa! Páápááá!

Hooguit twee was ze en heel klein. Ze droeg een rood jurkje met witte stipjes, witte sokjes in blauwe sandaaltjes en had zacht bruin haar dat in een schattig krulletje over haar ronde bolletje viel. Ze zat in het kinderzitje van de winkelwagen, dat in de rij voor de kassa stond en riep. Om haar vader. 'Papa?', klonk het eerst nog zacht en aarzelend. 'Papa...?' Ze keek vrolijk om zich heen, maar riep alvast wat harder. 'Papa! Papa!' Haar blik werd al wat angstiger en ze draaide zich in alle hoeken om haar papa te zien. 'Páápáá!', klonk het nu. 'Pááápáááá!!'. Maar ze ging niet huilen. Hoewel ze hard om haar vader riep, bleef ze stoer en opgewekt. Ze voelde dat het goed kwam, dat zag ik zo.

Maar ondertussen moest ik dus wel bijna huilen hè? Ik kan daar zó slecht tegen, tegen kindertjes die hun ouders niet kunnen vinden in een winkel, tegen hondjes die er buiten vastgebonden staan, tegen zwervende mevrouwen die tegen de gevel zitten en jankend het Straatnieuws verkopen, tegen eenzame oudjes op bankjes in het park: mijn hart breekt gewoon.

Maar gelukkig kwam daar papa om de hoek, met het vergeten flesje afwasmiddel in zijn handen. 'Papa!', klonk het opgewekt vanuit het winkelwagentje. Een uitroep vol vertrouwen. Dus toen kon ik rustig gaan betalen.

dinsdag 22 juni 2010

Burgerjournalistiek of: hoe nep je een krant

Een relletje, hedenochtend. Journalist Luuk Koelman heeft het AD voor de gek gehouden. De krant zocht voor het WK-Voetbal burgerjournalisten in de 32 deelnemende landen en dat leek Luuk wel wat. Hij verzon een leuke naam, photoshopte zichzelf naast een Japanse bruid en ging aan de slag. Onder het motto: 'Burgerjournalistiek is: gewoon lekker schrijven wat je wilt, want wie doet je wat?'.

En dus verzon Luuk, als John, een aantal prachtige verhalen met de Japanse bondscoach Okada in de hoofdrol. Die zou uitermate beledigd zijn geweest toen onze bondscoach Van Marwijk hem enige weken geleden niet herkende en zou nu wraak zweren. Sterker nog, volgens John, alias Luuk, heeft de broer van Okada Van Marwijk een 'minderwaardig mens' genoemd. En oh jongens! Daar was ook een geluidsfragment van!


Daar had de NOS wel oren naar en toen viel John/Luuk, door de mand. Nadat hij maar liefst drie nepverhalen op de AD-site had weten te krijgen, waarop diverse mensen hadden gereageerd dat die verhalen niet klopten. Maar het AD deed niks, zo meldt Luuk trots op zijn website. Zo zie je maar weer, journalisten zijn allemaal op scoops beluste sufferds, ze checken hun feiten niet en burgerjournalistiek deugt niet, want iedereen kan zomaar wat verzinnen. En dat heeft Luuk nu bewezen.


Op Twitter is iedereen razend enthousiast. Het ene na het andere compliment aan Luuk stroomt binnen. Maar waarom, vraag ik me af? Wat wil Luuk laten zien? Dat het AD niet deugt? Dat journalisten hun werk niet goed doen? Dat burgerjournalistiek niet werkt? Allemaal interessante stellingen, die ik ook graag nader bestudeerd zien, maar schrijf dan gewoon een fatsoenlijk opiniestuk. 

Wat is het nut van nepberichten opsturen naar een krant als je heus zelf ook weet dat de redactie daar echt geen tijd heeft om alle stompzinnige verhaaltjes van over de hele wereld van idioten die niet kunnen schrijven allemaal tot in detail na te checken? Dat gebeurt niet en dat weet iedereen. En dat is abject, om met meneer Moszkowicz te spreken, maar ik denk echter dat de meeste mensen gewoon opschrijven wat er bij hen op de hoek van de straat gebeurt qua WK-gebeuren. Het zijn alleen weer die eigenwijze journalisten die weleens even willen laten zien wat er allemaal niet deugt in medialand. 

Ik word echt een beetje moe van de hausse van 1-aprilgrappen, nepnieuws en journalisten die willen bewijzen dat oude media hun werk niet meer goed doen onder invloed van de nieuwe, zoals Philip Stekelenburg onlangs nog deed op Villamedia.nl. Dat weten we nu zo langzamerhand wel. Maar wat is nou daadwerkelijk het maatschappelijk belang van het in de wereld brengen van nepnieuws? Je vervuilt hiermee de nieuwsstroom, die voor zoveel mensen al zo moeilijk te volgen is. Bovendien gaan mensen denken dat het normaal is, om nieuws te verzinnen. En dan zijn we nog verder van huis. 

Ik snap Luuks drang om dingen aan de kaak te stellen heus wel, maar nogmaals, schrijf een opniniestuk. Gewoon, als jezelf. Dan hoeft die arme jongen wiens foto hij heeft gebruikt in het AD zich ook niet meer te verstoppen.

woensdag 19 mei 2010

Vrouw van de wereld

Ik ben een vrouw van de wereld en dus draag ik torenhoge hakken. Een centimetertje of tien zijn ze, als ik dat zo eens bekijk. In de kast zien ze er al angstaanjagend uit, in de praktijk blijken ze dat ook te zijn. Ik zwabber over het zeil, verlies bijna een schoen op de trap, blijf steken tussen de stoeptegels en kan niet rennen voor de bus. En als ik uit de trein probeer te stappen, zwik ik van het opstapje.

Op mijn hielen vormt zich een blaar, ik weet niet wat eksterogen zijn maar er zit er vanavond vast één op mijn grote teen en de kussentjes onder mijn voeten zijn nu al rood en gezwollen.

Maar: mijn benen lijken eindeloos, mijn kuiten één bonk spieren, ik toren boven iedereen uit en als ik eventjes niet strompel, lijkt het of ik schrijd.

Hakken.

maandag 26 april 2010

Inwendig

Soms gebeurt het gewoon. Dat je iets uit je tas pakt en dat dan een tampon meekomt met de sleutels/agenda/het pakje kauwgom. Die dingen hebben ook altijd de gewoonte met een grote boog de tas uit te vliegen, om dan met veel bombarie op de schoot van de overbuurman, het bureau van de collega of tussen de appels in de supermarkt te belanden. 't Is zo'n zelfde moment als wanneer je in het openbaar een klein windje laat dat enorm blijkt te stinken. Ik kijk dan altijd naar het plafond en fluit een beetje. Ik was het niet, probeer ik dan uit te stralen en meestal werkt dat.

Zojuist was ik de allerlaatste passagier in bus vier. Ik pakte mijn portemonnee om te kunnen uitchecken en ja hoor, daar kwam 'ie: de tampon. 't Was een beschaafd boogje waarmee 'ie mijn tas uitvloog, maar de chauffeur had het onmiddellijk in de smiezen. Die trapte nog maar eens extra op het gas, leek het wel, zodat de tampon meteen naar voren rolde. Ik ben natuurlijk niet de man met zijn hoed in de wind, dus ik knipoogde vrolijk naar de bestuurder en stapte uit. Wat moet je anders?

Nou, commentaar geven. De chauffeur riep me na: 'Hij zit nog wel in het papiertje toch?'

donderdag 18 maart 2010

Lente in Utrecht



Zelf heb ik er dan nog niet zoveel van meegekregen...

woensdag 3 maart 2010

Ik stem, jij stemt, wij stemmen

Anderhalf uur geleden gleed mijn papieren stembiljet door de gleuf van de stembus. Het was eigenlijk een grijze container voor oud papier, maar desondanks voelde ik me een minister-president in een ver land, die voor het oog van ontelbare camera's glunderend zijn stem op zichzelf in de doorzichtige stembus laat zakken. Ik keek er blijkbaar ook nogal blij bij, want de jongen van het stemlokaal vroeg of hij een foto van me moest maken.

Het was natuurlijk ook wel een historisch moment: stemmen met een rood potlood. Dat had ik nog nooit gedaan. Ik ben tenslotte van de elektronische generatie, alles in mijn leven gaat per computer of heeft een stekker. Ik breng mijn stem al jaren uit op een stemmachine van de Nederlandsche Apparaten Fabriek te Groenlo, waar ik trouwens op mijn zestiende nog eens drie weken lang in de bloedhitte koperdraadjes op dezelfde lengte heb zitten knippen, maar dat geheel terzijde, maar er was iets mis met die apparaten en dus stemde ik vanochtend ouderwets met een rood potlood op een stemformulier van één vierkante meter. Leuk hoor.

In de krant van vanmorgen stond dat deze gemeenteraadsverkiezingen nog niet eerder zo landelijk waren als nu. Door de val van het kabinet, de nieuwe verkiezingen op 9 juni en de aanwezigheid van de PVV in Den Haag en Almere, stemmen de mensen op de partij waarop zij zouden stemmen voor de Tweede Kamer. Slechts 20% houdt zich daadwerkelijk bezig met lokale standpunten, tegen 35% vier jaar geleden. En dat doe ik eigenlijk ook. Het is dat ik de Stemwijzer en het Kieskompas heb ingevuld, anders had ik echt geen flauw idee gehad wat de partij van mijn voorkeur eigenlijk wil voor mijn stad. En het is geen moment in me opgekomen om eens op de site te kijken naar hun standpunten. Ik was allang blij dat de stemwijzers de partij gaf waarop ik wilde stemmen.

En dan behoor ik nog wel enigszins tot de intellectuele elite. Ik krijg het mijn strot bijna niet uit, maar feitelijk is dat natuurlijk wel zo. Als ik me al niet eens echt druk maak om de lokale politiek en al die stoere mensen die zich inzetten tegen parkeergarages en uitvalswegen en voor sociale woningbouw en beter onderwijs en die daar ook nog in weer en wind voor staan de flyeren, hoe zit dat dan met het gros van de bevolking die nooit naar het journaal en actualiteitenrubrieken kijkt, geen kranten leest en zich ook niet op een andere manier informeert? Die denken dan toch helemaal: gemeenteraad? Wat is dat?

Of werkt dat niet zo?

In ieder geval heb ik heel politiek correct op de eerste allochtone vrouw van GroenLinks gestemd. Jamila heet ze. En toen ik zojuist even ging kijken wie zij nou eigenlijk was, zag ik een groepsfoto van de GroenLinks-fractie in Utrecht. Teleurstelling maakte zich van mij meester: ik stem op geitenwollen sokken... Had ik me nu maar wat beter voorbereid, had ik maar even gekeken wie de poppetjes waren... Of wacht nee, het gaat natuurlijk op het spel en niet om de knikkers. Dan zit ik vast wel goed bij GroenLinks.

woensdag 17 februari 2010

Lunch in Amsterdam

'Goedemiddag mevrouw', zei de net-niet-helemaal-goed-Nederlands-sprekende minisupermarkthouder aan de Amsterdamse Oude Hoogstraat opgetogen toen ik binnenkwam. In zijn etalage stonden glanzende pruimen en bakjes enorme bramen en die hadden mij naar binnen gelokt op de zoveelste winterse dag waarop ik snakte naar de lente.

Nu weet ik heus wel dat je geen zomerfruit moet eten in de winter -die Galiameloen van vorige week smaakte ook al nergens naar-, maar ik had gewoon zin in vitaminen. En ik hou dus niet zo van appels.

Naast fruit verkocht de minisupermarkt flesjes drinken, Amsterdamse toeristentruien en voorgedraaide vloei voor joints (ja, die bestaan). Toen had ik op zich al nattigheid moeten voelen. Maar omdat de eigenaar zo vriendelijk was en net-niet-helemaal-goed-Nederlands sprak, meende ik toch in een soort Lombokwinkeltje beland te zijn, waar de groente en het fruit niks kosten.

Ik naar de kassa, waar ik door de net-niet-helemaal-goed-Nederlands-sprekende minisupermarkthouder zeer vriendelijk werd toegeknikt. Hij bekeek het doosje bramen aan alle kanten. Er zat geen prijsje op. 'Eh, voor toerist deze is 4,95, ik geef jou voor 3,95 okee?' En hij keek er serieus nog een beetje besmuikt bij ook. 'En dees pruimen, twee ja?, voor eh... 1,75, okee?' Ik knikte verbouwereerd.

'Jij werkt?', vroeg de net-niet-helemaal-goed-Nederlands-sprekende eigenaar vervolgens. 'Eh ja', zei ik. 'Waar werk jij?'. vroeg hij. 'Nou daar', wees ik, 'op de hoek daar.' 'Okee', grijnste hij. 'Ik onthoud, dan jij de volgende keer weer korting.'

Ik kan niet wachten.

dinsdag 12 januari 2010

Kado's

Het leek wel Pakjesavond op de VLDJ-straat vanochtend. De bel ging -keihard- en toen ging de bel beneden en daarna die van nog een verdieping lager en toen ik naar beneden holde, stiekem heel bang zijnd dat er weer zo'n vervelende Jehova's getuige met zijn voet tussen mijn deur zou stappen, bleek er een bruine meneer aan de deur te staan. Met een muts op en handschoenen aan en een heel dikke jas en er kwamen wolkjes uit zijn mond. En voor hem op de stoep stonden... twee pakjes. Een groot pakje en een klein pakje. En op beide pakjes stond mijn naam!

Ik krijg dus echt nooit een pakje, want sinds ik een keer stelselmatig vergat de H&M-rekeningen te betalen en de deurwaarder er net niet aan te pas hoefde te komen, weigert H&M nog aan mij te leveren. Hoe vaak ik het ook probeerde. Dat doe ik tegenwoordig dus niet meer. Eens een arme sloeber met nog net geen BKR-registratie, altijd een arme sloeber met nog net geen BKR-registratie, vindt H&M blijkbaar. Wel jammer van die leuke H&M Home Collection, want die kun  je alleen op internet kopen. Maar verder kan het me weinig schelen.

Behalve dus dat ik nu nooit meer een pakje krijg. Want ik ben niet zo van kopen op het internet. Ik bestel weleens een boek ofzo, maar ik vind het eigenlijk veel leuker om lekker rond te struinen in de Broese. En online kleren kopen vind ik eng, behalve bij H&M, want ik heb altijd de verkeerde maat. Bovendien moet ik altijd even voelen aan de dingen die ik wil kopen. Op de knopjes drukken. Het aan alle kanten bekijken. En dat kan dus niet op internet.

Maar ik ben dol op pakjes. Dus je begrijpt dat ik de bezorger wel kon zoenen vanochtend. Dat heb ik niet gedaan hoor, want ik liep nog in mijn badjas en ik wilde hem niet het gevoel geven dat ik hem onheus bejegende. Maar ik was heel blij en hupste met mijn pakjes naar boven.

Het was wel heel erg jammer dat ik al wist wat erin zat. In het kleine pakje huisde een droom van een horloge dat ik van mijn ouders kreeg ter gelegenheid van mijn 28ste verjaardag én Sinterklaas én Kerst. En in het tweede pakje zat de beauty van een gloednieuwe iPod, die een huisgenoot van mijn broertje over had (wie heeft er nou een gloednieuwe iPod over?) en die ik van hem heb gekocht.

Desondanks voelde het als Pakjesavond vanochtend. En dat is het morgen weer. Want dan komt mijn bestelde King Louie-jurkje...

donderdag 7 januari 2010

Gluren

Hij staat zijn haar te doen voor de spiegel. Hij doet er lang over; met uiterste precisie legt hij elk haartje op de juiste plaats, met behulp van een grote pot gele gel. Zij trekt ondertussen de gordijnen beter open en geeft de planten water. Plots draait hij zich om. Zijn mond beweegt en zijn armen zetten zijn onhoorbare woorden kracht bij. Zij kijkt beteuterd, roept iets terug, gooit haar blonde haar over haar schouder en gaat onverstoorbaar door met de gieter.

Als ik even later weer kijk, zijn ze allebei weg.

Haar gordijnen zijn groen en haar ouderwetse stoelen hebben een witte zitting. Op haar tafel ligt een grote stapel post. Ze gaat zitten en kijkt bedenkelijk. Sorteren maar. Administratie doen is duidelijk haar hobby niet.

Hij heeft een grote bos krullen en trekt net zijn luxaflex op. Tot diep in de nacht had hij de grote lamp aan het plafond aan. Hij zal nu wel wakker zijn. Hij wrijft in zijn ogen en rekt zich uit. Een reepje onderbuik piept onder zijn shirt uit. Zijn huis is leeg. Er hangen schilderijen aan de muur, maar verder lijkt het alsof er niets in de kamer staat.

Althans, niet vanaf hier gezien. Fijn, buren begluren!

donderdag 10 december 2009

Hotelbon

Telefoon.

'Met Neeltje'.

'Dag mevrouw, u spreekt met de Bankgiroloterij. Ik heb iets leuks voor u. Wij mogen alle oud-deelnemers van de Bankgiroloterij mee laten spelen in een quiz, voor prachtige prijzen.'

'Oh ja, en dan moet ik daarna zeker weer een jaar meespelen?'

'Nee hoor mevrouw, helemaal niet. U hoeft alleen maar een vraag te beantwoorden en dan wint u een mooie prijs.'

'Ik geloof er geen reet van, maar kom maar op met die vraag.'

'Okee mevrouw, wilt u een makkelijke of een moeilijke vraag?'

'Krijg ik, als ik de moeilijke vraag goed heb, dan ook een grotere prijs?'

'Nee, dat niet mevrouw.'

'Waarom zou ik dan een moeilijke vraag willen beantwoorden?'

'Tja, dat moet u zelf weten mevrouw.'

'Nou, kom maar op dan, met die moeilijke vraag.'

'Okee, komt 'ie. In welke stad staat het Van Gogh Museum? Is dat A: In Amsterdam, B: in Rotterdam of C: in Delft?'

'Vind je dat een moeilijke vraag?'

'Ik weet het antwoord niet, mevrouw.'

'Jij weet het antwoord niet? Maar je komt uit Amsterdam, zo te horen. Nou ja, het antwoord is dus A.'

'U denkt dat het antwoord A is? Weet u het zeker?'

'Ja, dat weet ik zeker.'

'Dan ga ik het antwoord nu invoeren in de computer... even geduld... jaaaa, het lampje is groen! Van harte gefeliciteerd mevrouw, ik mag u een mooie hotelcheque aanbieden voor drie nachten in een drie- of viersterrenhotel overal in Nederland!'
 
'Goh, wat leuk. En hoeveel moet ik dan precies bijbetalen?'

'Helemaal niets mevrouw. Bij de overnachtingen zijn het ontbijt inbegrepen. Alleen een diner moet u los betalen, maar dat lijkt me logisch.

'Ja, dat is wel zo. En wat is dan het verdere addertje onder het gras?'

'Goh mevrouw, u bent wel slim, er zit inderdaad wel een klein addertje onder het gras ja...'

'Hoeveel maanden moet ik nu weer meespelen?'

'Neenee, u hoeft helemaal niet meer mee te spelen, sterker nog: u speelt automatisch de maand december mee. Gratis.'

'Gratis. En verder?'

'Nou mevrouw, u bent wel slim zoals ik al zei. Verder moet u minimaal één maand meespelen in de Bankgiroloterij.'

'Zie je, ik zei het. Wat kost dat?'

'Eén lot is 8,25. Maar als u nu toezegt, kunt u ook meteen weer opzeggen, dan betaalt u alleen voor januari. En dan krijgt u dus wel drie heerlijke hotelovernachtingen!'

'Je weet het wel goed te brengen! Maar ik ben juist gestopt met de Bankgiroloterij omdat ik er geen geld meer voor had. Ook niet voor over had trouwens.'

'Wat voor werk doet u dan?'

'Wat voor werk? Dat gaat jou toch niks aan? Maar vooruit, ik werk voor Radio 1.'

'Voor de radio? Cool zeg. Ik ben een rapper.'

'Ja, dat dacht ik al.'

'Hoezo dacht u dat al?'

'Je klinkt als een rapper. Surinaamse tongval, Amsterdams accent, woordkeus, jong... Helaas draait Radio 1 geen rapmuziek, dus ik kan je niet helpen.'

'Goh, dat heeft u wel goed gehoord. Dus u denkt dat ik nog jong ben?'

'Eh... ja.'

'Hoe oud bent u dan, als ik vragen mag?'

'Ik ben 28, helaas.'

'Helaas? Waarom helaas?'

'Ach, 28, da's bijna 30.'

'Wat is er mis met 30? Ik hou van vrouwen van 30.'

'Jij houdt van vrouwen van 30...?'

'Ja, die hebben alles voor elkaar, zijn geen meisjes meer, maar echte vrouwen... ik zeg altijd maar zo: vrouwen van 30 zijn net als wijn: hoe rijper, hoe lekkerder.'

'Hahahaha, hoe rijper, hoe lekkerder? Als je maar niet denkt dat ik jou meeneem naar dat viersterrenhotel! Hoe oud ben jij eigenlijk?'

'25 mevrouw.'

'Goh, dat zou ik je niet geven. Je klinkt een stuk jonger.

'Nou, bedankt'.

'Zullen we dan nu maar even doorgaan met mijn hernieuwde lidmaatschap van de Bankgiroloterij?'

'Eh ja mevrouw, laten we dat maar doen. Ik ga even uw gegevens met u doornemen..'
(....)
'Nou, dat is dan geregeld mevrouw. U speelt de maand december gratis mee met de Bankgiroloterij en betaalt alleen voor de maand januari. Wel op tijd opzeggen hè? Rest mij niets anders dan u heel fijne feestdagen te wensen, en een heel gelukkig nieuwjaar. Geniet van het hotel!'

'Ja, bedankt hè?'

'U hebt mijn dag een stuk vrolijker gemaakt.'

'Ach, jij was ook best leuk.'

'Dag mevrouw.'

'Dag meneer.'

Echt gebeurd.

zaterdag 5 december 2009

Daat gaat 'ie...

Ik zat even voor het raam. Naar de achterburen te gluren. De achterburen zijn namelijk de zus van de ex van vriend H. en haar vriend en dat levert soms hilarische taferelen op als vriend H. in zijn onderbroek door mijn kamer banjert. Zeker als de ex van vriend H. bij haar zus op bezoek is. Laatst was ook de moeder van de zus van de ex van vriend H. aanwezig. Zij presteerde het om het raam open te doen en naar de overkant, waar ik dus woon, gillend te vragen hoe het nu toch met vriend H. was. En dat ze hem zo lang niet gezien had. EN dat ze zo benieuwd was hoe...

Enfin. Ik zat dus voor het raam en inspecteerde de achterburen. Zij was niet thuis en hij liep in een blauw overhemd en een beige broek mobiel te telefoneren en daarbij te ijsberen. En ineens zag ik in mijn ooghoek een beweging. Het was een ballon. Zo'n mooie, dure ballon die je alleen op de kermis of in het ziekenhuis kunt kopen. Zo'n 3d-ballon in een vormpje, die je als kind altijd zo graag wilde hebben maar die je nooit kreeg omdat 'ie 6 gulden kostte. Met een rotvaart spoot het ding omhoog, de grijze wolken tegemoet. Het was een pandabeer.

En toen moest ik ineens heel erg aan het kleine kindje denken dat nu op straat hartverscheurend stond te huilen. Want wie ooit weleens een heliumballon aan een touwtje om zijn pols heeft gehad, weet hoe groot de verleiding was om hem stiekem los te laten en op tijd weer vast te pakken, maar ook hoe groot het verdriet was als de ballon je te slim af was en er pardoes vandoor ging... Arm kind.